Geschiedenis

Vóór de oprichting van waterleidingbedrijven werd het water opgepompt uit een put op het erf of in de dorpskern. In sommige historische dorpskernen zijn de centrale putten nog aanwezig. In de grotere gemeenten begon men aan het einde van de negentiende eeuw met de aanleg van waterleidingen.

De eerste waterleidingbedrijven 
In Maastricht is sinds 1887 een particulier waterleidingnet operationeel (overgenomen door de gemeentelijke overheid in 1918), in Roermond sinds 1898 en in Heerlen sinds 1889. In 1902 bundelen dertien families hun krachten en richten het Onderling Waterbedrijf Schweiberg op. In 1905 ontstaat er een particulier initiatief in het Geuldal (Valkenburg en Meerssen).  

Water en mijnbouw
Tussen 1913 en 1920 ontstonden in de gemeenten van Oostelijk Zuid-Limburg openbare waterleidingbedrijven. Het water was hier nodig voor de opkomende mijnbouw. Op het platteland waren de mensen voor water nog steeds op zichzelf aangewezen. Sinds 1910 zijn pogingen ondernomen om het platteland ook van een openbare watervoorziening te voorzien. Eerst mislukte dat, tot in 1925 door de provincie en 16 gemeenten werd besloten om de Waterleiding Maatschappij voor Zuid-Limburg op te richten.
In het begin van de vijftiger jaren namen de aansluitingen flink toe. Het leidingnet zat met een capaciteit van 6 miljoen kuub per jaar aan zijn plafond. De productiecapaciteit werd verhoogd en de transportleidingen werden uitgebreid. Eind jaren 50 nam de behoefte aan water alsmaar toe. Niet alleen de uitzonderlijke droge zomer van 1959 was daar debet aan, maar vooral de opkomst van wasmachines en warmwaterapparatuur.

Oprichting WML
Op 1 juli 1973 werd WML, NV Waterleiding Maatschappij Limburg, opgericht uit de provinciale waterleidingmaatschappijen voor Zuid-Limburg en Noord- en Midden Limburg.  

Sinds eind 2002 (overname waterleidingbedrijf van Nutsbedrijven Maastricht) voorziet WML heel Limburg van drinkwater.